
Veel van wat Landschapsbeheer Flevoland doet, speelt zich af buiten het zicht van de buitenwereld: in het veld, vroeg in de ochtend of laat in de avond. In deze driedelige serie gaan we in gesprek met collega Anna Blaauwgeers, ecoloog en veldmedewerker. Ze vertelt over het monitoringswerk dat achter de schermen plaatsvindt: van nulmetingen in stadswijken tot nachtelijke vleermuisrondes en een bever die de bouwplanning overhoop gooide.
Het is halfelf ’s avonds. Anna fietst langzaam door een woonwijk, een apparaatje ter grootte van een telefoon op het stuur. Het is stil. De meeste bewoners slapen al. Maar Anna is klaarwakker. Ze luistert naar geluiden die mensen niet kunnen horen.
De bat detector in haar handen vangt de echolocatiesignalen op van vleermuizen: de ultrasone frequenties waarmee ze navigeren en communiceren. Elke soort heeft zijn eigen frequentiepatroon. Een gewone dwergvleermuis klinkt anders dan een meervleermuis of een laatvlieger. Met de detector kan Anna niet alleen hóren dat er vleermuizen zijn. Ze kan ook bepalen wélke.
De meeste mensen hebben geen idee dat ze al jaren stille, onschuldige logees in huis hebben. Vooral in de oudere wijken blijken woningen geliefde verblijfplaatsen voor vleermuizen. Dankzij oude bouwstructuren, kieren en holtes vormen deze huizen de ideale schuilplekken voor deze nachtdieren.
Vleermuizen zijn kieskeurig als het gaat om hun verblijfplaatsen. Ze zoeken warmte, rust en kleine openingen waar ze zich kunnen nestelen: achter dakpannen, onder boeiboorden, in spouwmuren. Oudere woningen bieden dat soort openingen in overvloed. En juist die woningen staan op de agenda voor verduurzaming, renovatie of herstel.
Wat veel opdrachtgevers niet weten, is dat alle vleermuissoorten in Nederland wettelijk beschermd zijn. Sommige soorten worden zelfs als extra kwetsbaar aangemerkt. Dat heeft directe gevolgen voor wat er wel en niet mag gebeuren aan een gebouw, en in welke periode werkzaamheden zijn toegestaan. Het zorgvuldig omgaan met bestaande vleermuisverbijven is daarom geen keuze, maar een verplicht onderdeel van het verantwoord bouwen en renoveren. Op deze manier raken de kleine logees niet volledig dak- en thuisloos.
Het veldwerk van Anna is de eerste stap in een langer traject. Ze brengt meerdere avonden door in een wijk, van schemering tot diep in de nacht, om te bepalen welke soorten er zijn, waar ze invliegen en welke specifieke woningen ze gebruiken. Dat wordt vastgelegd op kaart.
"Het is niet zomaar een papiertje. Hoe goed je het invult, bepaalt of je de vergunning krijgt of niet. De provincie kijkt daar echt goed naar."
Anna, ecoloog & veldmedewerker
Op basis van die gegevens wordt een natuurtoets opgesteld: een beoordeling van de vraag of de geplande werkzaamheden de aanwezige soorten zullen verstoren. Als dat het geval is, moet er een activiteitenplan worden opgesteld. Dat document beschrijft wat er precies gaat gebeuren, welke beschermde soorten daardoor worden geraakt en welke maatregelen worden genomen om hen te beschermen en te compenseren. Het activiteitenplan wordt ingediend bij de provincie als onderdeel van de omgevingsvergunning aanvraag.
Ook hier geldt: Landschapsbeheer Flevoland stopt niet bij het signaleren van een probleem. Anna denkt actief mee met aannemers over hoe werkzaamheden kunnen worden aangepast om schade te voorkomen. “Ik vraag altijd heel precies door wat er precies gaat gebeuren. ‘We vervangen de dakgoot’ klinkt eenvoudig, maar blijkt soms te betekenen dat de eerste twee dakpanrijen er ook afgaan. Dat verandert de situatie volledig.”
Soms is de oplossing simpel: werkzaamheden buiten het kwetsbare seizoen plannen, wanneer de dieren niet aanwezig zijn. Soms worden vleermuiskasten geplaatst als alternatieve verblijfplaats. En soms ligt de oplossing in de uitvoering zelf: een dakgoot vervangen zonder de dakpanden te verwijderen, als dat technisch haalbaar is.
Anna’s werk laat zien dat ecologie en bouw geen tegenpolen hoeven te zijn. Met de juiste kennis, vroeg genoeg ingezet, kunnen mussen, bevers en vleermuizen gewoon bestaan naast nieuwbouw, renovatie en verduurzaming. Het vraagt om samenwerking en om iemand die ’s nachts door de wijk fietst, met een detector op het stuur en ogen die gewend zijn aan het donker.
Vragen over dit artikel of ons werk? Neem gerust contact op, ook een adviesgesprek is altijd mogelijk.
Anna werkt daarin als verbindende schakel tussen ecologische kennis en bouwkundige realiteit. Ze heeft geleerd wat een boeiboord is, hoe een spouwmuur is opgebouwd en wanneer een aannemer écht niet anders kan. “Je moet weten wat er technisch speelt, anders kun je niet goed adviseren. En je moet begrijpen dat een aannemer ook gewoon zijn werk moet kunnen doen. Maar nooit ten koste van de natuur!”