Landschapsbeheer Flevoland

Projecten

De eikenprocessierups is de larve van een onopvallende nachtvlinder. Deze vlinder legt zijn eitjes in augustus in de toppen van eikenbomen. Wanneer de eiken het jaar erna rond half april in blad komen, komen de eitjes uit. De rupsen hebben lange, witte haren, maar voordat ze de beruchte brandharen krijgen, vervellen ze eerst een aantal malen. Vanaf mei zijn de rupsen zover gegroeid dat ze brandharen hebben. De brandharen zijn 0,1-0,2 mm lang, en laten makkelijk los waarna ze door de wind worden verspreid. De rupsen verpoppen begin juli tot een bruinige nachtvlinder. De vrouwtjes hiervan zetten in augustus hun eitjes weer af. Aanschouwelijk  filmpje van DvhN.
De eikenprocessierups dankt zijn naam aan de manier waarop alle rupsen (in processie) over de bomen kruipen tussen hun zelfgemaakte nest en de boomtoppen waar ze zich voeden met de jonge bladeren. De bladeren worden tot aan de nerf kaalgevreten.
De eikenprocessierups is, anders dan veel mensen denken, in Nederland  een inheemse diersoort . De eerste professionele bestrijdingsacties tegen de rups dateren al van 1800.

Voorkomen is beter dan genezen.
De overlast van processierupsen kan preventief worden aangepakt. Dat gebeurt door de rupsen te doden voor ze de brandharen krijgen die zoveel gezondheidsklachten en overlast geven. Als de processierupsen hun brandharen hebben ontwikkeld, maakt preventieve bestrijding plaats voor curatieve bestrijding. Curatieve bestrijding betekent voor gemeenten en andere terreinbeheerders het wegzuigen of wegplukken van de nesten. Voor particulieren is dit geen optie vanwege de overlast die de brandharen veroorzaken zonder uitgebreide beschermingsmaatregelen.

Preventieve bestrijding

  • beheer gericht op meer biodiversiteit
  • stimuleren natuurlijke vijanden
  • beplanting aanpassen
  • gebruik feromoonvallen om aantallen te onderzoeken
  • bestrijding met aaltjes (als de rupsen net uit het ei komen)
  • bestrijding met bacteriepreparaat

Het gebruik van bacteriepreparaten raadt Landschapsbeheer sterk af omdat, behalve de eikenprocessierupsen, ook alle andere rupsen gedood worden. Ook de natuurlijke vijanden zoals roofinsecten gaan dood. Dit is een ecologisch probleem want juist op de eik leven tot wel honderd soorten rupsen en nog veel meer insecten die weer belangrijk zijn als voedsel voor andere dieren, bijvoorbeeld vogels.

natuurlijke manieren

Veel beter en goedkoper dan kunstmatig bestrijden is het om de natuur ons een ‘ecosysteemdienst’ te laten bewijzen. Vogels, vleermuizen en sluipwespen kunnen onze partner zijn mits we een landschap laten ontstaan waarin deze soorten zich thuis voelen. In een gezond ecosysteem, met veel soorten bij elkaar die elkaar ‘in het gareel’ houden, krijgt één soort minder de kans om erg talrijk te worden.
 Vleermuizen eten bv. de vlinders. Sluipwespen leggen hun eitjes in het lichaam van een rups, waarna de wespenlarf de rups stukje bij beetje opeet.

Beplanting aanpassen 

  • structuurrijke randen en een diversiteit aan bloeiende struiken en struweelsoorten.
  • het doorbreken van monoculture eikenlanen door inplanten met andere boom- soorten

In een natuurlijke berm staan veel verschillende soorten planten waar weer allerlei soorten insecten van leven. Door een beheer van maaien en afvoeren waarbij een deel van de vegetatie blijft staan ontstaat hier een goed leefgebied voor allerlei soorten dieren die graag een rupsje lusten. Het is van belang plantgoed van autochtone herkomst met herkomstcertificaat aan te planten. Landschapsbeheer kan hierin advies geven. Juist op autochtone struiken leven veel insecten.

Stimuleren natuurlijke vijanden 

  • Beplanting aanpassen
  • (Berm)beheer gericht op meer biodiversiteit
  • Ophangen nestkasten insectenetende vogels
  • Ophangen vleermuiskasten

processierups achter nestkast largeBomen langs wegen  mogen niet oud worden (takken zorgen dan voor gevaar), daardoor staan er slechts bomen met maar heel weinig nestgelegenheid voor vogels. Ter compensatie kan je zorgen voor grote aantallen nestkasten, waarmee je de holenbroedende rupsenverslinders helpt. Kool- en pimpelmezen, maar ook boomklevers, voeren hun jongen grote aantallen rupsen. Op probleemplekken kunnen ook vleermuiskasten worden opgehangen. Vleermuizen eten de vlinders. 
Hang deze kasten niet aan de eiken zelf. De rupsen zullen achter de kasten gaan zitten en daar nestelen.   

                                                                                                                                                                                                  nest processierupsen achter nestkast

In een omgeving met een rijke variatie aan wilde planten- en diersoorten zijn de rupsen veel minder talrijk. Het helpt om onder eiken  kleinblijvende bomen en struiken te planten. Dit zorgt voor een variatie aan insecten, vogels en vleermuizen. Er zijn een dertigtal sluipwesp- en sluipvliegsoorten, loopkevers zoals de kleine en grote poppenrover, kortschildkevers, roofwantsen, gaasvlieglarven en 2-stippelige lieveheersbeestjes die de natuurlijke vijand zijn van de rups. Sluipwespen leggen bv. hun eitjes in het lichaam van een rups, waarna de wespenlarf de rups stukje bij beetje opeet.
Deze sluipwespen, sluipvliegen, gaasvliegen komen graag af op schermbloemige planten. Anderen bezoeken juist kruidachtige planten.     

Download het infoblad over de natuurlijke bestrijding van de eikenprocessierups.
                                                                                                                                                                                   

lieveheersbeestje
800px heracleum sphondylium with flies and a spider
dwergvleermuis z60 large