Landschapsbeheer Flevoland

Projecten

De klimopzijdebij is een solitaire bij die alleen in de nazomer wordt aangetroffen en bijna uitsluitend stuifmeel van klimop verzamelt. Deze bij is te verwachten in parken, tuinen, kerkhoven en andere zandige terreinen. Ze graven hun nesten in zandige en losse bodems waarbij warme (zuid) hellingen hun voorkeur hebben. Nesten worden vaak in groepen gegraven en vormen zogenaamde ‘kolonies’. De vrouwtjes nestelen echter steeds individueel. 
Wanneer het eerste vrouwtje uit het nest tevoorschijn komt wordt zij overrompeld door tientallen of zelfs honderden hitsige mannetjes die met haar willen paren. Zo vormen ze zogenaamde 'mating balls' of 'paarballen'. Onderzoekers suggereren dat bij dit proces feromonen, chemische stoffen die boodschappen overbrengen, betrokken zijn.

Het stuifmeel van klimop is de voornaamste voedselbron voor de larven. Nectar wordt soms verzameld op andere planten zoals wilde marjolein, boerenwormkruid of distelsoorten. 
Het borststuk van beide geslachten is bovenaan helbruin behaard, met lichtere haren aan de zijkant. Het achterlijf is zwartglanzend met brede geelbruine haarbandjes. Mannetjes en vrouwtjes lijken heel sterk op elkaar. Er kan ook verwarring optreden met de honingbij. Deze draagt echter het stuifmeel in een klompje aan de achterpoten en heeft geen geelbruine haarbandjes op het achterlijf.