Landschapsbeheer Flevoland

Projecten

Ongeveer een kwart van alle insecten die in Nederland voorkomen, zijn sluipwespen.  Ze zijn slank en hebben lange antennes (minstens 16 segmenten). Ze leven solitair.
Sluipwespen zijn bekend omdat ze eieren in of op andere insecten te leggen. Daarvoor hebben ze een legboor die aangepast is om zeer verschillende typen gastheren aan te prikken en er vervolgens eieren in, op of bij te leggen. De bouw en de grootte van de legboor is per soortengroep opmerkelijk verschillend.

In dit artikel  wordt uitgebreid ingegaan op het leven van sluipwespen.

 

 grote sluipwesp

Reuzensluipwesp

Een grote zwarte sluipwesp met lange rode poten en lange tasters. Het vrouwtje heeft een legboor langer dan het lijf.
Deze sluipwesp zoekt naar de aanwezigheid van de in hout levende boktorren en prachtkevers. Hij is dus vooral te vinden langs bosranden en bospaden. De potentiele gastheer wordt eerst op de geur opgespoord (de fijne reukzin is gelegen in de voelsprieten). De plek om te boren wordt met grote precisie gekozen waarbij de voelsprieten en de legboorpunt heel subtiel worden gecoördineerd. Vervolgens wordt er met de legboor diep in het hout geboord om de keverlarve eerst aan te prikken en te verdoven en dan een ei te leggen (parasitering). De sluipwesplarve ontwikkelt zich ten koste van de keverlarve en verpopt in de poppenwieg van de kever.

 

 

 

 

 

 

 

 

 Spinnendoders

Spinnendoders zijn aan hun gedrag in het veld goed te herkennen: ze rennen over de grond en wisselen dat af met stukjes te vliegen. Hun vaak donker gekleurde vleugels trillen. Hans Nieuwenhuijsen, de Nederlandse specialist van deze wespen, noemt ze, vanwege dat wat zenuwachtig aandoende gedrag ook wel 'Insecta neurotica'.

grijze spinnendoder img 1624

Spinnendoders jagen op spinnen, vooral op vrouwelijke spinnen vanwege hun grootte: meer voedsel voor de larve van de spinnendoder. Een spinnendoder verlamt één spin, die als voedselvoorraad van een nakomeling voldoende is. De verlamde spin wordt verstopt in een holte die een spinnendoder zelf graaft of opzoekt. Ze zijn op diverse plekken aan te treffen: op zanderige plekken in duin of bos, tussen gras of dode bladeren, op boomstammen of muren. Er zijn soorten (Tuinspinnendoder, Koolzwarte metselspinnendoder, Kleine muurspinnendoder) die ook in de tuin of in het park te vinden zijn.

Een spinnendoder in actie.

 

 

 

 

 

 

 

 

aphidius colemani







Schildwespen (Aphidius)

Sluipwespen worden vaak ingezet om plagen in de tuinbouw te bestrijden. Aphidius vertoont zeer effectief zoekgedrag. Zodra het vrouwtje contact heeft gemaakt met haar gastheer, steekt ze haar legboor in de bladluis om er een ​​eitje in te leggen. Alle larvenstadia van de sluipwesp groeien in de bladluis. Uiteindelijk komt er een volwassen sluipwesp uit de bruine mummie van de bladluis. Zo kan deze ‘wesp’ in slechts drie dagen honderden bladluizen parasiteren.